Service

  1. Grip (hamergreep): knijp niet in het racket (’dood vogeltje’)
  2. Voorbereiding: wijs met je schouder naar servicevak (voeten op ’10 voor 12’)
  3. Opgooi: iets rechts van je, loslaten ter hoogte van je wenkbrauwen
  4. Raakpunt: kijk naar de bal tot je die raakt (dat maakt je lang)
  5. Richting bepaal je door met losse pols je rackethand naar binnen of naar buiten te draaien